Europees telecommunicatierecht: hoe zit het?

Europees telecommunicatierecht: hoe zit het?

Om het telecomverkeer binnen de lidstaten van de EU te reguleren en aan te passen aan de sterk toegenomen concurrentie, heeft Europa sinds 2003 een aantal wijzigingen aangebracht in het telecommunicatierecht. Hoe zit het met de belangrijkste regels en regelwijzigingen? En welke uitwerking hebben die ontwikkelingen op de Nederlandse situatie?

Om het telecomverkeer binnen de lidstaten van de EU te reguleren en aan te passen aan de (onder meer door privatisering) sterk toegenomen concurrentie en convergentie op de Europese telecommunicatiemarkt, heeft Europa sinds 2003 een aantal wijzigingen aangebracht in het telecommunicatierecht. Hoe zit het met de belangrijkste regels en regelwijzigingen? En welke uitwerking hebben die ontwikkelingen op de Nederlandse situatie?

Monopolies

De telecommunicatiesector is historisch gezien altijd gevoelig geweest voor monopolievorming. Het telefoonverkeer in de Verenigde Staten was tot 1980 bijvoorbeeld vrijwel exclusief in handen van het bedrijf AT&T, terwijl ook de Europese telecommarkt lange tijd werd gedomineerd door openbare nationale monopolies zoals die van het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegraaf en Telefoon (PTT) in Nederland. Bij onze zuiderburen was de onder het ministerie voor Verkeer en Waterstaat ressorterende Regie voor Telegraaf en Telefoon (RTT) lange tijd de monopolist.

Liberalisering

Vanaf de jaren tachtig van de twintigste eeuw zijn de monopolies grotendeels verdwenen en is de Europese telecommunicatiemarkt geleidelijk aan geliberaliseerd. De basis voor de hervormingen vormde het in 1987 uitgegeven Groenboek over de ontwikkeling van de gemeenschappelijke markt voor telecommunicatiedienst en apparatuur. Het document ging uit van een tweesporenbeleid: enerzijds het bevorderen van meer concurrentie en het invoeren van het mededingingsprincipe, anderzijds een beleid dat erop gericht is om de ontwikkelingen in de individuele Europese natiestaten zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Het liberaliseringsproces mondde uit in het volledig vrijmaken van de telecommunicatiediensten en -netwerken in 1998. De hervormingen zorgden er onder meer voor dat uit de Nederlandse PTT het huidige KPN ontstond en dat de Belgische RTT werd omgedoopt tot Belgacom.

Kaderrichtlijn

Het Europese telecomrecht maakt in de praktijk vooral gebruik van richtlijnen, rechtsregels die niet direct betrekking hebben op concrete personen, maar lidstaten wel verplichten om bepaalde wetten aan te nemen. Het huidige telecommunicatierecht wordt vooral bepaald door de in 2002 opgestelde Kaderrichtlijn. De Kaderrichtlijn gaat primair uit van vrije mededinging en stelt met name nationale autoriteiten verantwoordelijk voor het reguleren van het eigen telecommunicatielandschap. Er zijn wel een aantal verplichtingen en beperkingen in de Kaderrichtlijn opgenomen die ervoor moeten zorgen dat het telecommunicatiebeleid in Europa wel een coherent geheel vormt. De nationale regulator moet alleen beperkingen opleggen als gewoon mededingingsrecht uiteindelijk niet genoeg is om de markt naar behoren te laten functioneren.

 

Gereguleerde markten

In principe zijn er zeven markten aangewezen die in aanmerking komen voor regulering. Het zijn vrijwel allemaal groothandelsmarkten (onder meer voor vaste en mobiele telefonie, breedband en huurlijnen), wat wil zeggen dat ze alleen betrekking hebben op de handel van machtige telecommunicatiebedrijven (lees potentiële monopolisten) met andere telecomfirma’s. De opgelegde reguleringsverplichtingen zijn dus niet van toepassing op zaken en transacties die worden gedaan met particulieren.

Andere belangrijke richtlijnen

Naast de overkoepelende Kaderrichtlijn, zijn er nog een aantal richtlijnen die betrekking hebben op bepaalde deelaspecten van het reguleringsproces. De Machtigingsrichtlijn bepaalt bijvoorbeeld welke voorwaarden en beperkingen individuele EU-lidstaten aan telecomaanbieders mogen opleggen, terwijl de Toegangsrichtlijn juist weer vastlegt hoe telecomfirma’s hun netwerken en diensten met elkaar verbinden. De Universeledienstrichtlijn is op haar beurt weer in het leven geroepen om minimale en betaalbare communicatiediensten te garanderen aan bijvoorbeeld mensen uit dunbevolkte of afgelegen streken.

Handhavingsinstrumenten

Als de regulator er na zorgvuldige marktdefinitie (nagaan welke producten wel of juist niet tot de markt behoren) en –analyse (kijken of binnen de aangeduide productmarkt en geografische markt geen sprake is van monopolievorming) constateert dat een bepaalde partij over een ongezonde dosis macht beschikt waardoor de vrije mededinging in gevaar komt, dan heeft hij een aantal instrumenten ter beschikking om de kwalijke machtspositie van een bedrijf in te perken. De regulerende autoriteit kan de overtreder bijvoorbeeld verlichten om concurrenten toegang te geven tot zijn infrastructuur. Ook prijsbeperkingen, tarieftransparantie of de verplichting tot het voeren van een gescheiden boekhouding zijn verplichtingen die de regulator kan opleggen.

Nederland en het communicatierecht

Naast de overkoepelende Europese richtlijnen, zijn in de Telecommunicatiewet ook nog een aantal regels en bepalingen vastgelegd die specifiek betrekking hebben op het Nederlandse telecommunicatielandschap. De Autoriteit Consument en Markt fungeert in Nederland als waakhond en is het eerste aanspreekpunt voor bedrijven en burgers die van mening zijn dat bepaalde telecombedrijven op wettelijk gebied hun boekje te buiten gaan. Het hernieuwde Europese telecomrecht heeft in Nederland geleid tot inhoudelijke en procedurele wetswijzigingen die een gedeeld gebruik van faciliteiten door alle partijen gemakkelijker heeft gemaakt.

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden